Wie na een weekendje uitgaan of na een drukke werkweek met weinig nachtrust de ‘verloren’ slaap wil inhalen door eens goed uit te slapen, komt bedrogen uit. Dat helpt niet. Eén avond te laat naar bed gaan is meestal geen probleem. Dat kan wel ingehaald worden door iets langer uit te slapen. Maar als u een paar dagen lang te weinig hebt geslapen, stapelt het slaapgebrek zich op en helpt uitslapen niet meer. Het enige dat dan nog helpt is vroeger naar bed gaan.

Uw lichaam haalt de verloren slaap immers niet in door langer te slapen maar wel door dieper te slapen. Hoe korter u slaapt, hoe minder lang de periodes van diepe slaap namelijk duren. Het is juist die diepe slaap die zorgt voor de fysieke recuperatie. De diepere slaap komt vooral in de eerste helft van de nacht voor en duurt normaal ongeveer 10 tot 15% van de totale slaapduur. Een te korte diepe slaap leidt op den duur tot chronische vermoeidheid. Dat wordt niet opgelost door ‘s ochtends langer te slapen – tegen de ochtend zijn de periodes van diepe slaap minder lang. Beter is om eerder naar bed te gaan zodat er meer tijd is voor die ‘diepe slaap’.

Grote wisselingen in de bedtijden, bijvoorbeeld door in het weekend lang uit te slapen, vergen ook een grote aanpassing van uw biologische klok. Als u uit wilt slapen, slaap dan niet langer uit dan 1,5 uur, de duur van één slaapcyclus.

Overigens moeten we niet alle verloren uren inhalen. Onderzoek heeft aangetoond dat we slechts een derde van de ‘gemiste’ uren kunnen inhalen.